Bijbruinen in Enschede
26/04/2010
Al een tijdje voel ik mij hardloper in ruste. De trainingsfrequentie is afgenomen van meer dan zeven keer per week naar hooguit twee keer. Als trainer van twee groepen waar presteren hoog in het vaandel staat komt er van zelf lopen niet gek veel. Je ziet mij tegenwoordig vaker met een stopwatch langs de baan in plaats van in korte broek 400′tjes lopen.
De uitnodiging van de Enschede Marathon om te komen pacen was dan ook een mooie stok achter de deur om in ieder geval de conditie een beetje op peil te houden. Tempo’s lopen gaat sowieso moeilijk. Ik loop al maanden te tobben met een ietwat onwillige hamstring. De erfenis van de Honderd van Winschoten.
De Pelleboers van deze tijd voorspelden al een paar dagen prachtig weer. Prachtig weer voor een dagje in een luie stoel, biertje en een barbecue. Of om een beetje de witte benen van een zomers kleurtje te voorzien. Met luie stoelen heb ik niets, bier lust ik niet en barbecue is te veel werk. Dus 42195 meter de tijd om bij te bruinen sprak mij erg aan. En het mocht in gezelschap van Erwin Borrias en Arie Fröberg. Wat wil je dan nog anders dan drie uur en drie kwartier rennen door Enschede. Daarbij kwam dat ik Enschede nog nooit eerder had gelopen. Na zevenenveertig 42-plus wedstrijden werd het wel een keertje tijd.
In goed gezelschap van clubgenoot Ton stond ik zondagochtend voor de deur van de lokale hogeschool. Daar lag een shirtje, rugnummer met de te lopen tijd en een paarse ballon klaar, de uitrusting van een pacer.
Om half elf klonk eerst het startschot en een tel later zelfs nog een kanonschot. Veertig seconden later passeerden we de startstreep. Het was genieten in Enschede, rustig tempo, zonnetje en een zo goed als vlak parcours. Ik was nooit eerder in Enschede geweest en ik moet zeggen, het is goed vertoeven. Er lopen leuke zusjes, veel vrienden en bekenden (zeker van Arie) en overal enthousiast publiek.
Tot zover de eerste achtentwintig kilometer. Daarna kwamen we in de staart van de halve marathon die anderhalf uur later was vertrokken. Zo rond de dertig kilometer kregen we wel door dat het een rare dag zou worden. Al veel marathonlopers hadden het moeilijk in de warmte en de achterhoede van de Halve bestond ook niet direct uit de beter getrainde hardlopers. De sportdrank raakte op, de bekertjes water werden schaars. De vrijwilligers kregen het maar niet aangevuld. Liepen we rond de 13 kilometer met een man of veertig achter ons aan, op het dertig kilometerpunt telde ik er nog acht. En nog geen vijf kilometer later hadden we slechts een volhouder. We passeerden de hazen van de halve marathon, getooid met het opschrift 2.15 uur, en even later die van 2.10 uur. Het werd een Twentse Super-G, al slalommend naderden we de finish. De warmte eiste zijn tol bij de lopers. Ambulances reden af en aan. Her en der lagen lopers op de grond met bezorgde politie-agenten en toeschouwers. Degenen die wel liepen waren niet helemaal meer geconcentreerd. Zo liepen we wat extra metertjes van links naar rechts en weer verder. Tot 39 km liepen we superstrak. Een eindtijd van 3.45 uur vereist kilometers van 5.20. Om het hoofdrekenen niet al te moeilijk te maken kwam Erwin met de toch wel slimme opmerking dat 3x 5.20 zestien minuten was. Elke derde kilometer bleek wel dat we lekker strak op schema zaten. We namen de tijd om te drinken en ik dompelde keer op keer mijn petje in de waterbakken.
Onze enige overgebleven atleet, type voetballer, dribbelende middenvelder, bleek op het einde wat over te hebben. Een klein beetje gas bij en hij zou een prachtig debuut hebben. Klokten we halverwege nog 1.53.05 (bruto), met een extra sprintje in de laatste honderd meter kwamen we exact uit op 3.45.00. Althans, die tijd heeft Erwin achter zijn naam gekregen. Ik sta met 3.44.59 in de boeken terwijl Arie het met 3.45.01 moet doen. Met 1.53.05 en 1.51.55 kan je spreken van een echte negatieve split. De grap is wel dat de winst echt uit de laatste kilometer kwam. Volgens de uitslagenlijst liepen we de laatste 1195 meter in 4. 14.
En als de organisatie dan na afloop ook nog je bier en je avondeten regelt, dan kan het niet anders zijn dan dat je vol goede herinneringen terug rijdt naar Rotterdam.